Warmteverliesberekening: hoeveel vermogen je woning nodig heeft voor verwarming

Vraag de gratis checklist aan

Warmteverliesberekening

Denk je aan een warmtepomp en vraag je je af welk vermogen je woning nodig heeft? Dat begint met een warmteverliesberekening: een berekening die uitrekent hoeveel warmte je huis op de koudste dag verliest, in watt. Het voordeel is dat je daarna een warmtepomp kiest die precies past, in plaats van te gokken op een rond getal en een toestel te krijgen dat te groot of te klein is. In dit kennisartikel lees je hoe zo'n berekening werkt, welke gegevens ervoor nodig zijn en waarom hij de basis is onder elke goede installatie.

Warmteverliesberekening: hoeveel vermogen je woning nodig heeft voor verwarming

Wat een warmteverliesberekening is

Een warmteverliesberekening bepaalt hoeveel warmte je woning verliest op de koudste dag van het jaar. Dat verlies moet je verwarming op dat moment kunnen aanvullen om het binnen behaaglijk te houden. De uitkomst is een vermogen, uitgedrukt in watt of kilowatt, en dat vermogen is precies wat je warmtepomp moet kunnen leveren.

Het idee is dat je de warmtevraag van de woning kent voordat je een toestel kiest. Een cv-ketel had altijd vermogen in overvloed, dus daar maakte een ruwe schatting niet zoveel uit. Een warmtepomp werkt anders: die moet nauwkeurig op de woning zijn afgestemd om zuinig en comfortabel te draaien. Daarom is de berekening geen formaliteit, maar het fundament onder de hele keuze.

Transmissie- en ventilatieverlies: waar de warmte weglekt

Het warmteverlies bestaat uit twee delen. Het eerste is het transmissieverlies: de warmte die door de schil van de woning naar buiten lekt, via het dak, de gevels, de ramen, de deuren en de vloer. Hoe slechter die delen isoleren, hoe meer warmte er weglekt.

Het tweede is het ventilatieverlies: de warmte die verdwijnt met de lucht die de woning verlaat, door ventilatie en door kieren. Elke keer dat warme binnenlucht wordt vervangen door koude buitenlucht, moet die opnieuw worden opgewarmd. Bij een goed geïsoleerde, kierdichte woning wordt dit ventilatiedeel relatief belangrijker, omdat het transmissieverlies dan al klein is.

De som van beide, op de koudste dag, is het totale warmteverlies dat je moet dekken.

De gegevens die je nodig hebt

Voor een betrouwbare berekening heb je een aantal gegevens nodig. Voor de schil zijn dat de oppervlakten en de isolatiewaarden van elk vlak. Isolatie druk je uit in de Rc-waarde in m²K/W: hoe hoger, hoe beter. Voor glas en kozijnen gebruik je de U-waarde in W/m²K: daar geldt juist hoe lager, hoe beter.

Als richtwaarden: een goed geïsoleerd dak zit rond Rc 6,0, een gevel rond Rc 4,5 en een vloer rond Rc 3,5. HR++-glas heeft een U-waarde van ongeveer 1,1, triple glas rond 0,7, terwijl enkel glas boven de 5 uitkomt. Aan die getallen zie je meteen waar de grote verliezen zitten.

Daarnaast heb je twee temperaturen nodig. De gewenste binnentemperatuur, meestal 20 graden, en de ontwerpbuitentemperatuur: de koudste buitentemperatuur waarmee je rekent. In Nederland ligt die rond min 7 tot min 10 graden, afhankelijk van de streek. Het verschil tussen binnen en buiten, ongeveer 27 tot 30 graden, bepaalt samen met de isolatie hoe hard de warmte weglekt. Tot slot telt de luchtverversing mee, vaak zo'n 0,5 tot 1 keer het woningvolume per uur.

Van warmteverlies naar het benodigde vermogen

Als je het warmteverlies per vlak optelt en het ventilatiedeel erbij neemt, krijg je het totale vermogen dat je woning op de koudste dag vraagt. Ter oriëntatie geef ik een paar indicatieve waarden. Neem deze als grove richting, niet als vervanging van een echte berekening.

WoningtypeIsolatieniveauGlobaal warmteverlies
Tussenwoning jaren 70matig geïsoleerdongeveer 6 tot 8 kW
Tussenwoninggoed na-geïsoleerdongeveer 4 tot 5 kW
Hoekwoninggoed geïsoleerdongeveer 5 tot 7 kW
Recente nieuwbouwzeer goed geïsoleerdongeveer 3 tot 4 kW

Je ziet dat isolatie het verschil maakt. Dezelfde tussenwoning vraagt na goede na-isolatie bijna de helft minder vermogen. En dat vertaalt zich direct in een kleinere, zuinigere warmtepomp.

Waarom eerst isoleren, dan pas rekenen

De volgorde is belangrijk. Reken je het warmteverlies uit van je huidige, matig geïsoleerde woning, dan kies je een warmtepomp op een hoog vermogen. Isoleer je daarna alsnog, dan is die pomp ineens te groot.

Daarom hoort isoleren vóór de berekening te gebeuren, of je rekent op zijn minst met de situatie ná de geplande isolatie. Een goed geïsoleerde woning heeft een kleiner vermogen nodig én kan toe met een lagere aanvoertemperatuur, en juist bij een lage aanvoertemperatuur draait een warmtepomp op zijn zuinigst. Isolatie en warmtepomp horen als één plan bij elkaar. Hoe je de isolatie aanpakt, lees je in de aparte artikelen over isoleren.

Waarom een te grote warmtepomp een probleem is

Een veelgemaakte fout die ik zie, is een warmtepomp die op het oude ketelvermogen is gekozen: veel te ruim. Bij een cv-ketel is overmaat onschuldig, bij een warmtepomp niet.

Een te grote warmtepomp gaat pendelen: hij warmt snel op, valt uit, koelt af en start weer. Dat voortdurende aan en uit kost rendement en versleit het toestel sneller. Bovendien draait zo'n pomp zelden op zijn zuinige deellast. Een pomp die net passend is gekozen, draait juist lange, rustige perioden op laag toerental, en dat is precies waar het rendement het hoogst is. Passend dimensioneren is dus geen zuinigheid, maar de sleutel tot comfort en een laag verbruik.

De berekening en de norm

Een goede warmteverliesberekening volgt een vaste methode, vastgelegd in de ISSO-publicaties, met name ISSO 51 voor woningen en aanverwante delen voor het afgiftesysteem. Die methode rekent per vertrek, houdt rekening met de ligging, de koudebruggen en de ventilatie, en komt zo tot een vermogen per ruimte en voor de hele woning.

Die berekening per vertrek is meteen de basis voor het afgiftesysteem: hij vertelt of je radiatoren groot genoeg zijn voor een lage aanvoertemperatuur of dat je vloerverwarming of grotere afgifte nodig hebt. Een vakkundig uitgevoerde warmteverliesberekening levert dus twee dingen tegelijk: het juiste toestelvermogen en de zekerheid dat je woning die warmte ook op een lage temperatuur kan afgeven. Vraag daar bij een offerte altijd naar; een installateur die zonder deze berekening een vermogen noemt, gokt.

Klaar om je woning te verduurzamen?

Ons onafhankelijke energieadvies vertelt je precies welke stappen voor jóuw woning het meest opleveren en in welke volgorde.

Vraag je energieadvies aan · €250

Veelgestelde vragen

Kan ik het warmteverlies zelf berekenen?

Een ruwe schatting op basis van woningtype en isolatie kun je zelf maken, en die geeft een eerste gevoel. Voor de keuze van het toestel en het afgiftesysteem laat je een berekening per vertrek volgens de norm maken.

Met welke buitentemperatuur wordt gerekend?

Met de ontwerpbuitentemperatuur, de koudste dag waarmee je rekent. In Nederland ligt die rond min 7 tot min 10 graden, afhankelijk van de streek waar je woont.

Waarom niet gewoon het vermogen van mijn ketel aanhouden?

Omdat een cv-ketel bijna altijd ruim is bemeten. Neem je dat vermogen over, dan wordt je warmtepomp te groot, gaat hij pendelen en verlies je rendement en levensduur.

Gratis download

De complete verduurzamen-checklist

In tien punten pak je het verduurzamen van je woning verstandig aan: de juiste volgorde, subsidies en financiering. Laat je e-mail achter, dan sturen we de checklist toe.

Geen spam. Alleen de checklist en af en toe een praktische tip.

Lees verder

Alles over dit onderwerp 30 artikelen in 6 thema's

Klaar om van het gas af te gaan?

Begin met een onafhankelijk energieadvies van €250 — wij kijken naar jóuw woning en zeggen eerlijk wat verstandig is.

Vraag je energieadvies aan