PVT-panelen als warmtebron voor een warmtepomp
Vraag de gratis checklist aanPvt panelen warmtepomp
Overweeg je een warmtepomp maar heb je geen ruimte of vergunning voor een bodemlus in de tuin? Dan zijn PVT-panelen het bekijken waard. Een PVT-paneel wekt stroom op en oogst tegelijk warmte aan de achterkant, en die warmte kan als bron dienen voor een warmtepomp, net zoals de bodem of de buitenlucht dat doet. Het paneel koelt daarbij af, waardoor de zonnecellen zelf ook iets meer stroom leveren.
In dit kennisartikel lees je hoe PVT een (hybride) warmtepomp voedt, welke woning daar geschikt voor is, en hoe het rendement zich verhoudt tot lucht en bodem als warmtebron.

Wat een PVT-paneel is
PVT staat voor photovoltaïsch-thermisch. Het is een zonnepaneel met aan de achterkant een warmtewisselaar: een netwerk van kanaaltjes waar een vloeistof doorheen stroomt. Zo doet het paneel twee dingen tegelijk. De voorkant wekt met de zonnecellen stroom op, precies als een gewoon paneel. De achterkant vangt warmte op en geeft die af aan de doorstromende vloeistof.
Die vloeistof, meestal een water-glycolmengsel, voert de opgevangen warmte af naar de warmtepomp. Een PVT-paneel is dus geen los zonnepaneel plus een losse zonnecollector, maar één paneel dat beide taken combineert op hetzelfde dakoppervlak.
Hoe PVT een warmtepomp voedt
Een warmtepomp heeft altijd een bron nodig: een plek waar hij laagwaardige warmte vandaan haalt om die op te waarderen tot bruikbare verwarmingswarmte. Bij een luchtwarmtepomp is dat de buitenlucht, bij een bodemwarmtepomp een lus in de grond. Bij een PVT-systeem zijn de panelen de bron.
De vloeistof uit de PVT-panelen komt binnen bij de verdamper van de warmtepomp en geeft daar zijn warmte af. De warmtepomp tilt die naar de temperatuur die je verwarming vraagt, bijvoorbeeld 35 graden voor vloerverwarming. Het mooie is dat PVT ook warmte oogst als de zon niet schijnt: het paneel haalt dan warmte uit de buitenlucht, uit regen en uit dauw. Zelfs 's nachts blijft er zo een bruikbare bron beschikbaar, en overdag kan de zon de bron weer opladen.
Onafgedekt versus afgedekt PVT
Er zijn twee smaken, en het verschil bepaalt waarvoor je ze inzet.
Onafgedekt (open) PVT heeft geen glasplaat over de warmtewisselaar. Daardoor wisselt het volop warmte uit met de omgeving en oogst het ook bij bewolking, regen en 's nachts warmte uit de lucht. Precies dat maakt onafgedekt PVT sterk als bron voor een warmtepomp: de bron blijft ook zonder direct zonlicht op peil.
Afgedekt PVT heeft wel een extra glasplaat en isolatie, waardoor het hogere temperaturen haalt. Dat is prettig als je rechtstreeks warm tapwater wilt maken, maar minder geschikt als warmtepompbron, omdat het bij bewolking en 's nachts juist minder oogst. Voor de combinatie met een warmtepomp kies je daarom vrijwel altijd het onafgedekte type.
Het rendement: SCOP in de praktijk
De vraag is natuurlijk: hoe goed werkt dit? Het jaarrendement van een warmtepomp drukken we uit in de SCOP, het aantal eenheden warmte per eenheid stroom over een heel seizoen. Een PVT-systeem met onafgedekte panelen als bron haalt in een goed geïsoleerde woning met lage-temperatuurverwarming een SCOP van ongeveer 3,5 tot 4,5. Dat ligt in de buurt van een bodemwarmtepomp en boven een gemiddelde luchtwarmtepomp, doordat de brontemperatuur redelijk stabiel blijft en de warmtepomp niet hoeft te ontdooien zoals een buitenunit.
Voorwaarde is wel dat de woning laagwaardig kan verwarmen. Vraag je 35 graden aanvoer, dan werkt het systeem gunstig. Heb je nog hoge radiatoren van 60 graden nodig, dan zakt de SCOP flink, net als bij elke andere warmtepomp.
Koelere cellen, iets meer stroom
Een aardig bijeffect: zonnecellen leveren minder stroom naarmate ze warmer worden. Op een hete zomerdag kan een gewoon paneel ruim 20 graden boven de buitentemperatuur uitkomen, wat opbrengst kost. Doordat de vloeistof in een PVT-paneel warmte afvoert, blijven de cellen koeler. Dat levert over het jaar ongeveer 3 tot 5 procent meer stroom op dan hetzelfde paneel zonder koeling.
Je oogst dus warmte voor je warmtepomp én je haalt er een klein beetje extra stroom uit. Reken je niet rijk aan dat percentage, maar het is een nette bijvangst van hetzelfde dakoppervlak.
Voor welke woning PVT geschikt is
PVT met een warmtepomp past het beste bij een specifiek type woning. De tabel zet de drie brontypen naast elkaar.
| Bron | Ruimte in de tuin | SCOP-range | Koelbonus PV | Dakoppervlak |
|---|---|---|---|---|
| PVT (onafgedekt) | geen nodig | 3,5 tot 4,5 | ja, iets meer stroom | flink, panelen als bron |
| Buitenlucht | geen nodig | 3,0 tot 4,0 | nee | geen |
| Bodemlus | boring of tuin nodig | 4,0 tot 5,0 | nee | geen |
PVT is sterk als je geen ruimte of vergunning hebt voor een bodemboring, als je geen buitenunit met geluid aan de gevel wilt, en als je een dak hebt dat groot genoeg is om zowel je warmtevraag als je stroomvraag te dekken. Dat laatste is de belangrijkste beperking: je hebt behoorlijk wat panelen nodig, want ze doen dubbel werk.
PVT bij een hybride warmtepomp
Heb je nog geen volledig lage-temperatuursysteem, dan kan PVT ook een hybride warmtepomp voeden. De warmtepomp neemt dan het grootste deel van het jaar de verwarming over, met de PVT-panelen als bron, terwijl een cv-ketel bijspringt op de koudste dagen of voor warm tapwater op hoge temperatuur. Zo maak je de stap naar gasloos in etappes, zonder meteen alle radiatoren te vervangen. Meer over de PVT-techniek zelf lees je in het artikel over PVT-panelen.
Hoeveel panelen je als bron nodig hebt
Als vuistregel heb je voor een monovalente warmtepomp, die het hele jaar alleen op PVT draait, in een goed geïsoleerde woning grofweg 10 tot 14 onafgedekte PVT-panelen nodig. Dat is meer dakoppervlak dan een pure stroominstallatie, omdat de panelen tegelijk je warmtebron zijn. Bij een hybride opzet, waar de ketel bijspringt, kun je met minder panelen toe.
Reken dit altijd goed door met je warmtevraag en je dakoppervlak. Een woning met een hoge warmtevraag en een klein dak is minder geschikt; daar loop je tegen de grenzen van het beschikbare oppervlak aan.
Wat ik in de praktijk zie
PVT is geen wondermiddel, maar voor de juiste woning een sterke oplossing. In de praktijk zie ik het vooral goed uitpakken bij goed geïsoleerde woningen met vloerverwarming en een ruim dak, waar een bodemboring niet mag of niet past en waar men geen buitenunit wil. Een veelgemaakte misvatting is dat je PVT zomaar op elke woning kunt zetten. Dat is niet zo: zonder lage-temperatuurverwarming en voldoende dak valt het rendement tegen. Laat je daarom vooraf goed doorrekenen of jouw woning bij dit systeem past.
Zonnepanelen die echt renderen?
Aantal, oriëntatie en of een batterij loont hangt af van jouw dak en verbruik. In een onafhankelijk energieadvies rekenen we je terugverdientijd door.
Vraag je energieadvies aan · €250Veelgestelde vragen
Kan één PVT-systeem mijn hele huis verwarmen?
In een goed geïsoleerde woning met lage-temperatuurverwarming en voldoende dakoppervlak kan een PVT-systeem als enige bron dienen voor een warmtepomp die de hele woning verwarmt. Bij een hoge warmtevraag of een klein dak kies je eerder voor een hybride opzet waarbij een ketel bijspringt.
Werkt PVT ook 's nachts en in de winter?
Ja, mits je onafgedekte panelen gebruikt. Die oogsten ook zonder direct zonlicht warmte uit de buitenlucht, uit regen en uit dauw. Daardoor blijft er ook 's nachts en op bewolkte winterdagen een bruikbare bron voor de warmtepomp beschikbaar.
Hoeveel PVT-panelen zijn nodig voor een warmtepomp?
Voor een gemiddelde woning kom je op tien tot twintig panelen als bron, afhankelijk van de warmtevraag en of je onafgedekte of afgedekte panelen kiest. Dat is fors meer dakoppervlak dan je voor stroom alleen nodig hebt, en precies daarom past PVT vooral bij een woning met een ruim, goed georiënteerd dak.
De complete zonnepanelen-checklist
In tien punten haal je het meeste uit zonnepanelen op jouw dak, ook nu de saldering afgebouwd wordt. Laat je e-mail achter, dan sturen we de checklist toe.